Ok

En poursuivant votre navigation sur ce site, vous acceptez l'utilisation de cookies. Ces derniers assurent le bon fonctionnement de nos services. En savoir plus.

« L'intérêt de l'enfant justifie-t-il de modifier les conditions requises pour adopter un enfant ? | Page d'accueil | Quand la France oublie l’éthique en matière d’adoption. »

08/02/2006

Behavior Problems and Mental Health Referrals of International Adoptees. A meta-analytic approach

 

 

Context

International adoption involves more than 40 000 children a year moving among more than 100 countries. Before adoption, international adoptees often experience insufficient medical care, malnutrition, maternal separation, and neglect and abuse in orphanages.
 
 
Objective
 
To estimate the effects of international adoption on behavioral problems and mental health referrals.
 
 
Data Sources
 
We searched MEDLINE, PsychLit, and ERIC from 1950 to January 2005 using the terms adopt combined with (behavior) problem, disorder, (mal)adjustment, (behavioral) development, clinical or psychiatric (referral), or mental health; conducted a manual search of the references of articles, books, book chapters, and reports; and consulted experts for relevant studies. The search was not limited to English-language publications.
 
 
Study Selection
 
Studies that provided sufficient data to compute differences between adoptees (in all age ranges) and nonadopted controls were selected, resulting in 34 articles on mental health referrals and 64 articles on behavior problems.
 
 
Data Extraction
 
Data on international adoption, preadoption adversity, and other moderators were extracted from each study and inserted in the program Comprehensive Meta-analysis (CMA). Effect sizes (d) for the overall differences between adoptees and controls regarding internalizing, externalizing, total behavior problems, and use of mental health services were computed. Homogeneity across studies was tested with the Q statistic.
 
 
Data Synthesis
 
Among 25 281 cases and 80 260 controls, adoptees (both within and between countries) presented more behavior problems, but effect sizes were small (d, 0.16-0.24). Adoptees (5092 cases) were overrepresented in mental health services and this effect size was large (d, 0.72). Among 15 790 cases and 30  450 controls, international adoptees showed more behavior problems than nonadopted controls, but effect sizes were small (d, 0.07-0.11). International adoptees showed fewer total, externalizing and internalizing behavior problems than domestic adoptees. Also, international adoptees were less often referred to mental health services (d, 0.37) than domestic adoptees (d, 0.81). International adoptees with preadoption adversity showed more total problems and externalizing problems than international adoptees without evidence of extreme deprivation.
 
 
Conclusions 
 
Most international adoptees are well-adjusted although they are referred to mental health services more often than nonadopted controls. However, international adoptees present fewer behavior problems and are less often referred to mental health services than domestic adoptees.
 

Authors
 
Prof.dr. Femmie Juffer
Prof. dr. Marinus H. van IJzendoorn 
Centre for Child and Family Studies, Leiden University, Leiden, the Netherlands.

---

Internationaal geadopteerde kinderen hebben minder gedragsproblemen dan binnenlandse adoptiekinderen
 


De meeste kinderen die internationaal worden geadopteerd ontwikkelen zich goed en zij hebben minder gedragsproblemen dan kinderen die in het land zelf geadopteerd worden, zo concluderen prof.dr. Femmie Juffer en prof.dr. Rien van IJzendoorn in een artikel dat op 25 mei 2005 in JAMA - Journal of the American Medical Association verschijnt. 
 
Groot onderzoek naar adoptie

Internationale adoptie is een groeiende vorm van adoptie waarbij jaarlijks meer dan 40.000 kinderen en meer dan 100 landen betrokken zijn. Vóór hun adoptie maken internationale adoptiekinderen vaak ontoereikende medische zorg mee, ondervoeding, scheiding van de moeder, en verwaarlozing en mishandeling in kindertehuizen. 
Prof.dr. Femmie Juffer en prof.dr. Rien van IJzendoorn, beiden verbonden aan het Centrum voor Gezinsstudies van de Universiteit Leiden, spoorden wereldwijd adoptieonderzoeken op die tussen 1950 en januari 2005 waren uitgevoerd om zo het effect van internationale adoptie op gedragsproblemen en aanmeldingen bij de hulpverlening te onderzoeken. In hun meta-analyses vergeleken zij de internationale adoptiekinderen met niet-geadopteerde kinderen en met kinderen die binnen hun eigen land geadopteerd waren (binnenlandse adoptiekinderen). In totaal zijn er 25.281 internationale en binnenlandse adoptiekinderen opgenomen in de meta-analyses naar gedragsproblemen en 5.092 in de meta-analyses naar aanmeldingen bij de hulpverlening.
 
 
 
Meeste adoptiekinderen doen het goed

De auteurs concluderen dat de meerderheid van de internationale adoptiekinderen zich goed ontwikkelt, maar dat meer adoptiekinderen worden aangemeld bij de hulpverlening vergeleken met niet-geadopteerde kinderen. Overigens is het aantal adoptiekinderen in de hulpverlening slechts een klein percentage van alle adoptiekinderen, en de meeste adoptiekinderen doen het relatief goed. In tegenstelling tot de publieke opinie hebben internationale adoptiekinderen minder gedragsproblemen dan binnenlandse adoptiekinderen en worden zij minder vaak aangemeld bij de hulpverlening.
 
Adoptieleeftijd niet van invloed op problemen

Anders dan verwacht heeft de leeftijd bij adoptieplaatsing geen invloed op het ontstaan van gedragsproblemen bij internationaal geadopteerde kinderen.  Eventuele gedragsproblemen ontstaan eerder op de basisschoolleeftijd dan in de puberteit. Hulpverleners zouden zich bewust moeten zijn van de hogere risico’s op probleemgedrag bij binnenlandse adoptiekinderen en bij internationale adoptiekinderen die voorafgaande aan hun adoptie ernstige verwaarlozing en mishandeling hebben meegemaakt.
 
Adoptie biedt nieuwe kans

De studie laat zien dat ouders en kinderen in staat zijn erbarmelijke omstandigheden tijdens de vroegste kinderjaren te overwinnen en aanzienlijke achterstanden in te halen. In de nieuwe omgeving van het gezin overwint het verwaarloosde of ondervoede adoptiekind zijn aanvankelijke handicaps. Het haalt zijn meer fortuinlijke leeftijdgenootjes goeddeels in. Dit demonstreert de geweldige veerkracht van het jonge kind dat in een betere omgeving mag opgroeien. De eerste paar levensjaren zijn geen onvermijdelijk (nood)lot, de meeste kinderen grijpen een nieuwe kans als die hen wordt geboden.
 
Het Adoptie Meta-Analyse Project (ADOPTION MAP) wordt financieel gesteund door de Stichting VSBfonds, Stichting Fonds 1818, Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid en de Stichting Kinderpostzegels Nederland in samenwerking met het Adoptie Driehoek Onderzoeks Centrum (www.adoptionresearch.nl). Prof.dr. Van IJzendoorn wordt ondersteund door de NWO SPINOZA prijs.
 
 
Bron : Universiteit Leiden